Coordinator Internationale Functies - Ministerie van Buitenlandse Zaken

Jean-Pierre Kempeneers aangesteld als Nationaal Coördinator Internationale Functies

Sinds 1 augustus 2016 is Jean-Pierre Kempeneers (48) de nieuwe Nationale Coördinator voor strategische functies in internationale organisaties. Hij neemt het stokje over van Desiree Bonis die ambassadeur is geworden in Marokko. Als Nationaal Coördinator heeft hij een rijksbreed mandaat om Nederlandse kandidaten voor te dragen voor strategische internationale functies bij organisaties als de Verenigde Naties, de Wereldbank, Internationaal Monetair Fonds (IMF), NAVO en OESO. Voor functies bij de Europese Unie werkt hij nauw samen met de afdeling Algemene Bestuursdienst (ABD) van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU.

Breed internationaal netwerk

Kempeneers heeft brede internationale ervaring. Zo was hij de afgelopen 2,5 jaar werkzaam als hoofd van het Philipskantoor in Brussel. Sinds 1995 heeft hij voor het ministerie van Buitenlandse Zaken als diplomaat diverse functies bekleed in onder andere Wenen en Tel Aviv. Hij was hoofd van de politieke afdeling bij de Permanente Vertegenwoordiging van de Verenigde Naties in New York. In die hoedanigheid heeft hij ervaring opgedaan met het bevorderen van benoemingen van Nederlanders op internationale functies.

Focussen op 30 organisaties

Het team van de Nationaal Coördinator Internationale Functies is uitgebreid tot 3 personen. Reneko Elema is aangesteld als plaatsvervangend coördinator. Kempeneers: ‘Met zijn drieën kunnen we de internationale vacatures nog beter monitoren en zorgen voor goede kandidaten in ons bestand. Op basis van beleidsprioriteiten van Nederland zijn we gekomen tot een lijst van 30 prioritaire internationale organisaties. Ons doel is Nederlandse professionals relevante internationale kennis en ervaring op te laten doen en internationale organisaties van binnenuit te versterken. Nederlandse professionals hebben over het algemeen een goede reputatie. Ze hebben een hoog arbeidsethos, spreken hun talen en hebben respect maar geen ontzag. We spreken met diverse Nederlandse kandidaten en werken nauw samen met onze mensen in New York, Washington, Genève, Parijs, Wenen, Rome, Brussel en Londen. Zij zijn onze ogen en oren binnen de internationale organisaties en idealiter weten we al in een vroeg stadium dat er een positie vrijkomt.’

Knelpunten wegnemen

Enkele knelpunten die Kempeneers signaleert zijn de hoge levenskwaliteit in Nederland (tweeverdieners, kwaliteit van het onderwijs), die veel kandidaten ervan weerhoudt de stap naar het buitenland te maken. Ook speelt bij ambtenaren de angst dat ze bij terugkeer niet op een goede vervolgpositie geplaatst worden. Kempeneers: ‘Het eerste punt is lastig op te lossen. We kunnen alleen zorgen voor goede voorlichting en wijzen op het nut van een paar jaar ervaring bij internationale organisaties. Voor het tweede punt ben ik in gesprek met de ministeries.’ Kempeneers wil zich ook meer gaan richten op het bedrijfsleven, academia ‘civil society’ en de rechterlijke macht. Een traject waarmee zijn voorgangster al goed is begonnen. Hij kijkt zelfs met een schuin oog naar mogelijkheden binnen internationale sportorganisaties. Wat voor de kandidaten geldt, geldt ook voor hemzelf. ‘Als je wilt werken bij een internationale organisatie heb je een ideële drijfveer nodig. Ik ben al sinds mijn 12e geïnspireerd door een vriend van onze familie die overal in de wereld bijdroeg aan ontwikkelingsprojecten. In deze functie kan ik mensen helpen aan een mooie buitenlandse ervaring. En daar doet Nederland weer zijn voordeel mee.’